Teksten

Lot/Loet

De engelen hadden voor Abraham behalve goed ook slecht nieuws. Ze kwamen hem waarschuwen voor de dreigende verwoesting van Sodom, een stad die berucht was vanwege tal van misdaden. Abraham begrijpt niet hoe God ook de onschuldigen kan laten lijden onder de straf voor de schuldigen. Hij gaat met God in debat en krijgt ten slotte de toezegging dat de stad gered zal worden als er tien rechtvaardigen te vinden zijn.
Als vervolg hierop wordt het verhaal verteld van de neef van Abraham/Ibrahiem Lot/Loet die als rechtschapen man (in de Koran ook een profeet/boodschapper) in de verderfelijke stad Sodom woont. Net als andere profeten probeert Loet zijn volk te waarschuwen tegen de bestraffingen van Allah voor een goddeloze levenswijze. De mensen van Sodom willen niet luisteren en dreigen hem en zijn volgelingen uit de stad te verdrijven.

Dan wordt Loet/Lot door dezelfde engelen bezocht die voorheen bij Ibrahim/Abraham waren. Ook hij geeft ze een gastvrij onthaal. Dan komt een woeste menigte aan zijn deur en dringt erop aan dat hij zijn mannelijke gasten aan hen uitlevert voor seksueel plezier. Lot/Loet weigert dat en biedt zijn twee dochters aan de massa aan. Lot is bang voor de menigte, maar de engelen stellen hem gerust, de menigte zal niet zegevieren.

Dit incident kan verschillend geduid worden. Het gaat over het belangrijke gebod van gastvrijheid; gasten gaan boven alles, zeker als het engelen zijn. Het wordt ook wel gezien als een verwerping van (groeps)verkrachting, van welke seksuele geaardheid dan ook.

Dit verhaal van Lot en de wellustige menigte kan, en is ook, in christelijke en Islamitische kring geïnterpreteerd als een afwijzing van homoseksuele relaties. In de Bijbel wordt deze interpretatie ondersteund door een uitdrukkelijk verbod op homofilie in Leviticus 20:13 en een afwijzing ervan door Paulus in zijn commentaar op de Grieken en Romeinen die door ‘geperverteerde’ homoseksuele begeerten worden gestraft omdat zij veel goden aanbidden. In hoeverre God zelve hier aan het woord is, dan wel personen vanuit een bepaalde historische context spreken, is een onbeslist discussiepunt.

Het verhaal van Loet dat, zoals gebruikelijk in de Koran, een paar keer wordt herhaald, is de enige context in de Koran waarin homofilie ter sprake komt. Zo omschrijft Loet bijvoorbeeld in 7:80-81 mannen wier begeerte uitgaat naar de man in plaats van de vrouw, als ‘overmatige mensen’. Behalve dergelijke uitspraken van de profeet Loet is er in de Koran geen – door Allah uitgesproken – verbod op homofilie te vinden, terwijl Allah zich over allerlei andere aspecten van seksuele verhoudingen wel uitlaat. Echter, volgens de traditie, zou homofilie indruisen tegen de natuurlijke bestemming van de mens, aan wie Allah echtgenoten heeft gegeven. (zie hoofdstuk 3)

Opmerkelijk is dat Loet, althans volgens de weergave van Leemhuis, door de menigte terechtgewezen wordt omdat hij zijn dochters aan de menigte wil aanbieden, als zijnde reiner voor hen dan zijn mannelijke gasten. Zij zeiden: ‘Jij weet wel dat wij op jouw dochters geen recht hebben en jij weet best wat wij wensen.’ 11:79 In de vertaling van Yusuf Ali slaat de opmerking van de menigte op henzelf terug: ‘They said: ‘You know well we have no need for your daughters: indeed you know quite well what we want!’ 11:79

De term ‘dochters’ wordt in Islamitische kring veelal allegorisch geïnterpreteerd. Het aanbieden van dochters in het Arabisch betekend altijd ‘in huwelijk’. Loet zou de woeste mannen aanraden terug te keren tot de ‘dochters van het volk’, dat wil zeggen hun eigen echtgenotes, en af te zien van seks met mannen. Maar de menigte blijft aandringen op seks met de mannelijke gasten van Loet.

Vervolgens wordt de stad vernietigd vanwege het ongeloof en de wandaden van de inwoners. Gewaarschuwd door de engelen weet Lot/Loet te ontvluchten. Maar zijn vrouw aarzelt. Zij kijkt om en verandert in een zoutpilaar, zo is in Genesis te lezen. In de Koran blijft de vrouw van Loet achter in de stad die verwoest wordt. Daar wordt een vergelijking gemaakt tussen de vrouwen van Noach en Lot, beiden echtgenoten van profeten. Maar uiteindelijk baat hun dat niet. Het gaat tenslotte niet om afkomst of verwantschap maar om individuele keuzes.

Bijbel

De tien rechtvaardigen
Toen de mannen weer verdergingen, lieten ze hun blik op Sodom rusten. Abraham liep met hen mee om hun uitgeleide te doen. De Heer dacht: ‘Waarom zou ik voor Abraham geheimhouden wat ik van plan ben?Daarom zei de Heer: ‘Er zijn ernstige beschuldigingen geuit tegen Sodom…hun zonden zijn ongehoord groot. Abraham ging dichter naar hem toe en vroeg: ‘Wilt u dan behalve de schuldigen ook de onschuldigen het leven benemen? Misschien dat er in die stad vijftig onschuldigen zijn. Zou U die dan ook uit het leven wegrukken en niet de hele stad vergeving schenken omwille van die vijftig onschuldige inwoners? Zoiets kunt u toch niet doen, hen samen met de schuldigen laten omkomen! Hij die rechter is over de hele aarde moet toch rechtvaardig handelen?’ De Heer antwoordde: ‘Als ik in Sodom vijftig onschuldigen aantref, zal ik omwille van hen de hele stad vergeving schenken.’ Opnieuw sprak Abraham hem aan: ‘Stel dat het er maar veertig zijn.’‘Dan zal ik het niet doen omwille van die veertig.’ Abraham zei: ‘Ik hoop dat u niet kwaad wordt, Heer, wanneer ik het nog één keer waag iets te zeggen: stel dat het er maar tien zijn.’ ‘Dan zal ik haar niet verwoesten omwille van die tien.’ Genesis 18:16-17, 20, 23-26, 29, 32

Mannen die met mannen slapen
De Heer zei tegen Mozes:Wie met een man het bed deelt als met een vrouw, begaat een gruweldaad. Beiden moeten ter dood gebracht worden en hebben hun dood aan zichzelf te wijten. Leviticus 20:1, 13

Ze (Grieken en Romeinen red.) hebben de waarheid over God ingewisseld voor de leugen; ze vereren en aanbidden het geschapene in plaats van de schepper…Daarom heeft God hen uitgeleverd aan onterende verlangens. De vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor de tegennatuurlijke, en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen losgelaten en zijn in hartstocht voor elkaar ontbrand. Mannen plegen ontucht met mannen; zo worden ze ervoor gestraft dat ze van God zijn afgedwaald.(Brief van Paulus aan de) Romeinen, 1:25-27

Lot beschermt Gods gezanten tegen de wellustige menigte
De twee engelen kwamen ’s avonds in Sodom aan. Lot zat juist in de stadspoort. Zodra hij hen zag stond hij op en boog zich diep voor hen neer.‘Heren,’ zei hij,…‘het huis van uw dienaar staat voor u open;’ … (dus red.) gingen ze met hem mee naar zijn huis. Maar nog voordat Lot en zijn gasten konden gaan slapen, liepen alle mannen van Sodom bij Lots huis te hoop, jong en oud, niemand uitgezonderd.‘Waar zijn die mannen die bij je overnachten?’ riepen ze Lot toe. ‘Breng ze naar buiten, we willen ze nemen!’ Lot ging naar buiten en deed de deur achter zich dicht. ‘Maar vrienden, zoiets kunnen jullie toch niet doen!’ zei hij. ‘Luister, ik heb twee dochters die nog nooit met een man geslapen hebben. Die zal ik bij jullie brengen, doe met hen wat jullie willen. Maar laat die mannen met rust…’ Maar … ze drongen Lot ruw opzij en wilden de deur openbreken. Maar de twee mannen (engelen red.) trokken Lot het huis in en deden de deur weer dicht, en ze sloegen alle mannen die bij de ingang van het huis waren, jong en oud, met blindheid, zodat ze tevergeefs probeerden de ingang te vinden. Genesis 19:1-11

Sodom en Gomorra
Daarna vroegen ze (de engelen red.) aan Lot: ‘Hebt u hier nog meer familie?… ga met iedereen die bij u hoort weg uit deze stad. Wij staan namelijk op het punt deze stad te verwoesten: er zijn zulke ernstige beschuldigingen tegen haar ingebracht dat de Heer ons hierheen heeft gestuurd om haar te verwoesten.’ Zodra het licht begon te worden zetten de engelen Lot aan tot spoed: ‘Vlug, ga hier weg met uw vrouw en uw twee dochters, anders komt u om en wordt u het slachtoffer van de misdrijven die in deze stad zijn begaan.’ Toen Lot aarzelde, grepen de mannen hem en zijn vrouw en zijn twee dochters bij de hand, omdat de Heer hen wilde sparen, en ze trokken hem mee, de stad uit. Toen zei één van hen: ‘Vlucht, uw leven is in gevaar! Kijk niet om en sta nergens in de vallei stil.’ Toen liet de Heer uit de hemel zwavel en vuur neerkomen op Sodom…en hij vernietigde…(die stad red.) en de hele vallei, met de inwoners van al de steden en met alles wat er op het land groeide. De vrouw van Lot, die achter hem liep, keek om en veranderde in een zuil van zout.’s Morgens vroeg ging Abraham naar de plaats waar hij…had gestaan. Toen hij uitkeek over Sodom…en over hele vallei, zag hij dikke rookwolken van het land opstijgen. Toen God de steden wegvaagde, liet hij Lot aan de ondergang ontkomen. Zo hield God rekening met Abraham. Genesis 19:12-13, 15-17, 24-29

Koran

Het pleidooi van Ibrahiem
En bericht hun over de gasten van Ibrahiem. Toen zij bij hem binnenkwamen en zeiden: ‘Vrede!’ Hij zei: ‘Wij hebben ontzag voor jullie.’ 15:51-52

Zij zeiden: ‘Wij verkondigen jou de waarheid. Wees dus niet een van hen die de hoop opgeven.’ Hij zei: ‘Wie zou er de hoop op de barmhartigheid van zijn Heer opgeven afgezien van hen die dwalen?’ Hij zei: ‘Waar komen jullie voor, O gezondenen?’ Zij zeiden: ‘Wij zijn gezonden naar misdadige mensen.’ 15:55-58

Zij zeiden (tegen Ibrahiem red.): ‘Vrees niet, want wij zijn tot het volk van Loet gezonden.’ 11:70

Uitgezonderd de familie van Loet, die zullen Wij allen tezamen redden, behalve zijn vrouw; Wij hebben verordend dat zij behoort tot hen die achterblijven. 15:59-60

Toen Ibrahiem van de schrik bekomen was…begon hij met Ons te twisten over het volk van Loet. Ibrahiem was zachtmoedig, vol meegevoel en schuldbewust. ‘O Ibrahiem, houd hiermee op. De beschikking van jouw Heer is gekomen; over hen komt een onafwendbare bestraffing.’ 11:74-76

Loet waarschuwt zijn onzedelijke volk
Toen hun broeder Loet tot hen zei: ‘Willen jullie niet godvrezend zijn? Ik ben voor jullie een betrouwbare gezant. Vreest dan God en gehoorzaamt mij. Zullen jullie tot de mannen onder de wereldbewoners gaan? En echtgenotes die God voor jullie geschapen heeft verwaarlozen? Ja zeker, jullie zijn mensen die overtredingen begaan.’Zij zeiden: ‘Als jij niet ophoudt, Loet, dan behoor jij bij hen die verdreven worden.’26: 161-167

En Loet, toen hij tot zijn volk zei: ‘Zullen jullie een gruweldaad begaan hoewel jullie het doorzien? Zullen jullie uit begeerte tot de mannen gaan in plaats van tot de vrouwen?’ En het antwoord van zijn volk was slechts dat zij zeiden: ‘Verdrijft de familie van Loet uit jullie stad, want zij zijn mensen die zich rein houden. 27:54-56

Loet beschermt Gods gezanten tegen de wellustige menigte
En toen Onze gezanten tot Loet kwamen was hij bezorgd over hen en maakte zich ongerust over hen. Hij zei: ‘Dit is een hachelijke dag.’ En zijn volk kwam op hem toegesneld; zij hadden voordien al slechte daden begaan. 11:77-78

En Loet, toen hij tot zijn volk zei: ‘Zullen jullie een gruweldaad begaan die nog niemand van de wereldbewoners vóór jullie heeft begaan? Jullie komen vol begeerte tot mannen in plaats van tot vrouwen. Jullie zijn overmatige mensen.’ 7:80-81

Hij zei: ‘Mensen, hier zijn mijn dochters, zij zijn reiner voor jullie. Vreest dan God en maakt mij niet te schande om mijn gasten. Is er onder jullie geen verstandige man?’ Zij zeiden: ‘Jij weet wel dat wij op jouw dochters geen recht hebben en jij weet best wat wij wensen.’ Hij zei: ‘Had ik maar macht over jullie of kon ik maar mijn toevlucht nemen tot een sterke lijfwacht.’ Zij (de gezanten red.) zeiden: ‘O Loet wij zijn gezanten van jouw Heer. Zij zullen je niet kunnen bereiken.’ 11:78-81

Loet ontvlucht de verwoesting
Zij zeiden: ‘O Loet, wij zijn gezanten van jouw Heer…Vertrek met je familie in een deel van de nacht en niemand van jullie mag zich omdraaien. Uitgezonderd jouw vrouw, haar zal treffen wat hen treft. Morgen is het tijdstip dat voor hen aangewezen is. Is de morgen niet dichtbij? Toen onze beschikking dan kwam keerden Wij haar (het land) onderste boven en lieten er op elkaar volgende bakstenen op regenen…11:81-82

En Wij lieten regen op hen vallen. Kijk dan hoe het einde was van de boosdoeners. 7:84

Toen redden Wij hem en zijn familie, behalve zijn vrouw; zij behoorde tot hen die achterbleven. 7:83

God heeft voor hen die ongelovig zijn de vrouw van Noeh en de vrouw van Loet als een voorbeeld gegeven. Zij stonden onder de hoede van twee rechtschapen dienaren, maar zij hebben hen verraden. Dus hadden zij tegen God geheel geen baat van hen en werd er gezegd: ‘Gaat beiden met de anderen het vuur binnen.’ 66:10

En aan Loet hebben Wij oordeelskracht en kennis gegeven en Wij redden hem uit de stad die onbetamelijke dingen deed; zij waren slechte, verdorven mensen. En Wij hebben hem in onze barmhartigheid binnen laten gaan; hij behoorde tot de rechtschapenen. 21:74-75

En Wij redden hem (Ibrahiem red.) en Loet naar het land dat Wij gezegend hebben voor de wereldbewoners. 21:71